Femke Bakkers, aanvoerster van de Nederlandse 'sevens'. De Spelen lonken voor de rugbysters.foto Cynthia Boll/GPD
LEIDERDORP - Aanvoerster Femke Bakkers van het Nederlands vrouwenrugbyteam is dolblij dat haar sport de olympische status krijgt. Al zal ze zelf de Spelen niet meemaken.
Femke Bakkers van het Nederlandse vrouwenrugbyteam heeft gisteren een bescheiden feestje gevierd. "Ik ben zielsgelukkig", zegt de 30-jarige rugbyster uit Leiderdorp. "Het is geweldig dat de sport waar ik zo veel van houd nu eindelijk olympisch is."
Tegelijkertijd, zo voegt ze er aan toe, is er ook het bitter van een gemiste kans. "Als over zeven jaar het rugby op de Spelen komt ben ik 37. En dat is oud in het rugby, zeker bij Sevens." De lichte teleurstelling van Bakkers is des te begrijpelijker, omdat het Nederlandse vrouwenteam een grote kans maakt om in 2016 in Rio de Janeiro aanwezig te zijn.
De beste twaalf ploegen van de wereld (mannen én vrouwen) worden toegelaten tot de Spelen. Oranje werd dit jaar twaalfde op het WK en eindigde als derde op het Europees kampioenschap. Naast traditionele grootmachten als Australië, Zuid-Afrika, Nieuw-Zeeland, Engeland en Frankrijk spelen de 'Oranje rugbybabes' in de Sevens-variant op het allerhoogste niveau mee. " We hebben een prachtig, jong team. Als dat bij elkaar kan blijven, kunnen we in Rio hoge ogen gooien", denkt Bakkers.
De oervorm van het rugby, het spelen met vijftientallen, maakte tussen 1900 en 1924 deel uit van het olympische programma. De sport werd afgevoerd omdat een rugbytoernooi niet in de moderne tijdsduur van de Spelen paste. De spelers hebben minimaal een halve week rust en hersteltijd nodig tussen de wedstrijden. Het laatste wereldkampioenschap rugby voor vijftientallen (in 2007) werd over zeven weken uitgesmeerd.
De kleine vorm 'Sevens' (die al sinds het einde van de negentiende eeuw bestaat) is daarentegen geknipt voor de Spelen. De spelvorm is spectaculair en dynamisch. Wedstrijden duren niet lang. Sevens werd uitgevonden om bij traditionele rugbyverenigingen de tijd tussen de reguliere competities te doden. De grote fysieke impact waarvan sprake is bij rugby in vijftientallen, geldt veel minder.
"Sevens is een intensieve sport, waarbij veel atletisch vermogen wordt gevraagd. We spelen op een heel rugbyveld, maar zijn met slechts zeven spelers. De wedstrijd duurt twee keer zeven minuten, maar aan het eind ben je gesloopt", aldus Bakkers.
Vergeleken met het 'traditionele rugby' zijn er maar drie voorwaartsen die een scrum kunnen vormen. "Het open spel is veel belangrijker dan bij rugby met vijftientallen. Daar kan een stilstaande fase, zoals de scrum, lang duren. Omdat we met maar weinig zijn is het belang ervan bij Sevens kleiner. Je vliegt van links naar rechts over het veld. Als je tegenstander het spel goed speelt voel je je soms moederziel alleen op het veld", zegt politieambtenaar.
Volgens de huidige aanvoerster zal de Nederlandse Rugby Bond - die nou niet bepaald als rijk bekend staan - fors moeten investeren. "We hebben voor een olympisch programma alle mogelijke faciliteiten nodig. Als we op olympisch niveau willen meetellen, hebben we dat keihard nodig." Maar voor alles is Bakkers blij met de kans die het rugby in haar ogen krijgt. "De olympische status is een grote kans voor de rugbysport. En die impuls kunnen we goed gebruiken om het niveau in Nederland verder op te krikken."